We verzamelden allen tegader rond de biljarttafel van café RoodWit en luisterden met kleine, ingehouden ademtochtjes naar de verhalen en talen van 7 auteurs van SchrijversAcademie. 3 docenten brachten telkens een beloftevolle student mee en de avond werd afgesloten met de oud-studente Ruth lasters. Meer was het niet en het was meer dan genoeg voor een mooie avond. Met dank aan vzw De Boog die voor het podium en de bubbels zorgde.
Do Van Ranst opende de avond met een fragment uit Mombakkes dat zich aan de luisteraar onthulde als een Russische matroesjka. Paragraaf na paragraaf opende zich een nieuwe leegte in het gewone leventje van de ik-persoon, een jongen die vertelt over zijn moeder, zijn vader en zijn weggelopen (maar dat woord viel niet, hij was gewoon vertrokken) broer. Do nodigde aan het eind Dorien De Vos op het podium uit, die hij momenteel bij haar eindwerk begeleidt. Ze las een al even sfeervol stukje voor waarin man en vrouw – jongen en meisje – mijmeren terwijl ze fietsen, met het meisje voorop op het stuur.
Bart De Block
Het tweede duo waren de dichters Frans August Brocatus en Bart De Block. Frans las de nog niet gepubliceerde cyclus ‘Sluitertijd’, met ‘een man’ als terugkerend personage en alledaagse handelingen die een unheimliche lading meekregen. Bart bracht nog aan de unheimliche sfeer in zijn gedichten een bij momenten absurde toets aan, wat het publiek enkele keren aan het lachen bracht. Zijn personages Benedict en Louis blijven ook een week na het optreden in het oor plakken.
Kenneth Mercken
Dan was het tijd voor alle niet-bomen onder ons om zich naar de bar te begeven en even bij te tanken. Na de pauze opende Gie Bogaert met een hoofdstuk uit zijn recentste roman Luchtspiegelingen. Twee kinderen komen een hoofdstuk lang niet tot kussen, maar wij hingen aan zijn lippen en warmden ons aan de warmte van zijn woorden en stem. Omgekeerd bezorgde Kenneth Mercken koude rillingen met zijn verhaal over een jonge wielrenner aan de doping. We voelen nog altijd onze aderen samentrekken bij de beschrijving hoe die jongen zijn ader niet meer kon vinden. En ook de flashback naar een zonnige kindertijd beet meer dan dat ze warmde.
Ruth Lasters ten slotte zei haar meest liefdevolle gedichten uit haar nieuwe, nog te publiceren dichtbundel te brengen. Waarna ze meteen opende met een gedicht getiteld ‘Ontrouw’. Ook een gedicht over recensenten toonde aan dat liefde en kwaadheid dichte broertjes zijn. Maar het deed ons vooral uitzien naar die nieuwe bundel om de sprekende beelden en filosofische gedachtekronkels nog eens opnieuw te lezen.
Ruth Lasters